De vondeling van Daarle

 

DE  VONDELINGE VAN DAARLE EN HET MEISJE VAN YDE

 

 

Het was in het jaar 1897 dat enkele Drentse arbeiders in een veenpoel turf aan het graven waren.

Het was een ven ontstaan na de laatste ijstijd.

Tijdens het graven van veen haalde men plotseling een stuk geweven stof met een hoofd eraan naar boven.

De beide mannen schrokken hevig en dachten aan een lijk dat niet zo’n lange tijd geleden was gedumpt in het ven.

Het was het lichaam van een meisje en ze had een touw om haar nek, dus haar dood was naar het leek een gewelddadige geweest. Men bracht het lijk naar Assen, voor onderzoek, waar het later in het Drents museum terecht kwam.

Uit dit onderzoek bleek dat het meisje ongeveer 16 jaar oud moet zijn geweest, toen zij ongeveer 2000 jaar geleden, gezien het touw om haar nek, om het leven werd gebracht.

Het was een kind van een germaanse stam, die hier leefde toen in de romeinen nog de baas waren in het zuiden van Nederland.

Wat had dit kind gedaan dat het op deze manier aan haar einde moest komen?

Het gebeurde wel eens dat in de oneindige moerassen aan de oostkant van Drenthe mensen verdronken in het veen.

Door het veen liepen vanaf de hoogten van Westerwolde in het huidige oost Groningen knuppelwegen, bestaande uit berkenstammetjes naar de Hondsrug in Drenthe, dus in feite kon men veilig de moerassen oversteken.

Maar soms bij plotseling opkomende mist, zware buien of invallende duisternis, raakte men wel eens de weg kwijt, met het risico dat men in een moeras terecht kwam, waar zonder hulp niet uit te komen was, zodat men reddeloos verloren was.

De dood van dit kind had echter een andere oorzaak.

Had dit meisje als offer gediend voor de dondergod Donar? Had men daarvoor een mooi blondharig meisje uitgezocht om Hem tevreden te stellen? Waren de steeds nader komende romeinse legioenen de aanleiding?  Tegen hen was men niet opgewassen, met hun ijzeren speren, hun snelle strijdwagens en sterke paarden. Alleen de god Donar die eveneens een strijdwagen en vurige paarden had, kon hun misschien redden, al moesten ze er een lief blond kind voor offeren.

Het meisje werd meegevoerd met een touw om haar nek de knuppelweg op, de eindeloze venen in, waar de nevelslierten van de witte wieven soms dwaalden, maar op dit moment Donar hevig tekeer ging en met hamerslagen op de wolken sloeg zodat de vonken eraf vlogen. Ze duwden het kind van de brug af in een diepe veenpoel en verzwaarden haar met een steen, zodat ze hulpeloos in het veen verzonk, haar blonde haren waaierden uit als een stralenkrans. Toch had ze gezien de glimlach op haar gezicht niet geleden en was ze misschien wel trots dat ze tot offer mocht dienen.

Donar trok zich grommend terug en de stam hoopte dat daardoor de romeinse legioenen zich eveneens zouden terugtrekken achter de grote rivier in het zuiden.

De naam van het kind is verloren gegaan in de geschiedenis maar de vinders noemden haar naar de vindplaats. Men had de keus tussen Tynaarlo, Donderen en Yde. Waarschijnlijk koos men voor de plaatsnaam die het best bij zo’n blond kind past en denken doet aan Yda

Toch blijkt dit een goede keus te zijn geweest en niet alleen omdat de andere plaatsnamen geen mooie meisjesnamen waren. In dit drama wat zich tweeduizend jaar geleden afspeelde tussen drie hoofdpersonen waren de twee andere plaatsnamen reeds lang toegewezen.

Donderen bracht de godheid Donar in herinnering, waaraan het kind werd opgeofferd en Tynaarlo de eigenaar van het gebied waarin het ven lag en deze was misschien wel tevens de opdrachtgever in dit drama. Het meisje werd verdronken in een vijver of moeraspoel (Ty), die toebehoorde aan een zekere Arend of Arno (Aar). Deze had zijn woonplaats op een open plek in een hooggelegen bos (lo).

Dus de naam Yde of Yda kwam zonder meer het slachtoffer van dit drama  toe.

Taarlo, de voormalige woonplaats van de stichter Arend of Arno werd in het jaar 820 geschonken aan de abdij van Werden in Duitsland door Theodgrim zoon van Aldgrim

In 2010 ging het meisje Yde op tournee en was lange tijd afwezig.

Het was in het jaar 2010 dat door een vrouw bij café ’n Tip op de Brink in Daarle een bronzen meisje werd gevonden van bijna een halve meter lang.

Is er tijdens het tournee van het meisje van Yde misschien een bronzen beeld gemaakt als herinnering aan alle meisje die de eeuwen door op jonge leeftijd zijn overleden, hetzij door geweld, een ongeluk, ziekte of zomaar plotseling?

Het is zeker dat er drie identieke bronzen beelden zijn die aan een bepaald meisje herinneren.

Eén staat er in Drenthe, één heeft een verre reis gemaakt naar de Verenigde Staten van Amerika en één is teruggevonden in Daarle op de grens van Twente en Salland, waarvan de bevolking en  omgeving gelijkenis vertoont met die van Yde in Drenthe.

Ook hier waren in het verleden knuppelwegen, die door de uitgestrekte venen en moerassen liepen om hoogten van Sibculo en Balderhaar te overbruggen met de stuwwal van Daarle.

Hier is geen veenlijk gevonden, maar wel stenen bijlen en speerpunten.

Aan het einde van een doodlopende veenbrug eindigend bij een moerasgat, waarschijnlijk aangelegd enkele eeuwen voor onze jaartelling om ijzererts te winnen, vond men in 1930 enkel een bronzen mes en armband.

Zou hier eveneens een meisje of vrouw zijn geofferd? Want wie verliest zomaar een mes en een armband? Of is ze per ongeluk in het veen terecht gekomen, maar het was een doodlopende knuppelweg en wat had een vrouw daar alleen te zoeken?

Wel is de bronzen vondeling gelegd in een Overijsselse plaats die eveneens was gelegen op een open plek in een hooggelegen bos, dat eeuwen geleden als geheimzinnig en betoverend bekend stond en afgelegen lag, temidden van moerassen  in de Moerige Venen. Een andere overeenkomst met de Drentse plaats is, dat de abdij van Werden in het jaar 933 eveneens bezittingen had in Daarle

De bronzen vondeling van Daarle is niet over de knuppelbrug door het moeras gekomen, want dit alles is al eeuwen geleden verdwenen, maar lag daar plotseling te liggen aan de Brink op de parkeerplaats van ’n Tip in het centrum van Daarle.

Dus niet eenzaam in een veenpoel en het had evenmin een touw om haar hals.

Het is hier niet vrijwillig gekomen, men heeft haar gebracht, misschien wel ruim 2000 jaar na dato en 80 jaar na de vondst van haar armband. Zij werd niet naar het provinciaal museum van Assen gebracht, maar naar het bolwerk van de gemeente, waar ze  werd neergelegd op een plaats waar alle spullen van de gemeente liggen en wacht daar tot de rechtmatige eigenaar zich meld.

Mocht deze zich niet melden dan is er maar één plaats waar de vondeling van Daarle thuis hoort……..n.l. op de plaats waar zij werd gevonden…….

Bennie Marsman